exhibition

Tentoonstelling van Schilderin en Teekeningen van Leo Gestel (Werk van 1906 tot 1913).


ID: 539, Status: completed
Exhibition period:
Mar‒Apr 1913
Type:
group
Organizing Bodies:
Kunstszaal Schüller en Eisenloeffel
Quickstats
Catalogue Entries: 150
Artists: 1
Gender: female: 0, male: 1
Nationalities: 1
collapse all Catalogue View List View
Date Title City Venue Type
Date Title City Venue # of common Artists
Oct 3‒25, 1915 Tentoonstelling der Werken van Lodewijk Schelfhout, Piet Mondriaan, Jan Sluyters, Leo Gestel, Le Fauconnier, J. C. van Epen, Architect Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Nov 7‒Dec 8, 1913 Moderne Kunst Kring (Cercle de l'Art Moderne) Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Oct 6‒Nov 5, 1911 Internationale Tentoonstelling van Moderne Kunst. Moderne Kunst Kring Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Oct 6‒Nov 7, 1912 Moderne Kunst Kring (Cercle de l'art moderne). Ouvrages de Peinture, Sculpture, Dessin, Gravure Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Jul 1‒Sep 2, 1912 Keuze=Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Hollandsche Meesters Nijmegen Nijverheid- en Sporttentoonstelling 1 artists
Sep 20‒Dec 1, 1913 Der Sturm. Erster Deutscher Herbstsalon Berlin Lepke-Räume 1 artists
Nov 10‒Dec 9, 1912 Vereeniging "Sint Lucas". Tentoonstelling van Aquarellen, Teekeningen, Grafische Kunsten en Klein Beeldhouwwerk Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Apr 1‒May 15, 1907 Zeventiende Jaarlijksche Tentoonstelling van Kunstwerken vaan Leden der Vereeniging [Seventeenth Yearly Exhibition of Art Works of Members of the Association] Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Apr‒May 1909 Tentoonstelling van Kunstwerken Amsterdam Amsterdam (exact location unknown) 1 artists
Apr‒May 1907 Tentoonstelling van Kunstwerken Vervaardigd door Leden der Maatschappij [Exhibition of Art Works Manifactured by Members of the Society] Amsterdam Amsterdam (exact location unknown) 1 artists
May 3‒Jun 15, 1908 18e Jaarlijksche Tentoonstelling van Kunstwerken van Leden der Vereeniging Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Apr 11‒May 16, 1909 Negentiende Jaarlijksche Tentoonstelling van Kunstwerken van Leden der Vereeniging [Nineteenth Yearly Exhibition of Works of Art of Members of the Association] Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
May 14‒Jul 1, 1905 15e Jaarlijksche Tentoonstelling van Kunstwerken [15th Yearly Exhibition of Works of Art] Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Apr 30‒Jun 11, 1911 Vereeniging Sint-Lucas. Een en Twintigste [21.] Jaarlijksche Tentoonstelling Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
24/04/1910 - beg/06/1910 20ste Jaarlijksche Tentoonstelling van Kunstwerken der Vereeniging St. Lucas Amsterdam Stedelijk Museum 1 artists
Catalogue
Tentoonstelling van Schilderin en Teekeningen van Leo Gestel (Werk van 1906 tot 1913). 1913.
Nr. of pages: [PDF page number: 24].
Holding Institution: RKD Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis
Preface
Frans Vermeulen: Voorrede, 7 p.


„VOORREDE
'L'art va son train à sa manière, non à
'la nôtre. Nous croyons fe conduire, il nous
conduit. Il a son but en soi, non dans nos
utilités ou nous désirs.'
(EDMOND PICARD)

In zijn bekend geschrift 'Zijn artisten gedegenereerd?' zegt Bernhard Shaw, de opkomst van het Impressionisme met Monet en Whistler besprekend: 'Het oog van het publiek, bekend met lokale kleur en fi listerig ongevoelig voor toon en atmosfeer zag eerst niet, waar de Impressionisten heen wilden en maakte ze uit voor perverse, beroemdheidnajagende gekken.'
Sinds den tijd, dat Shaw dit schreef (1907), behoort het alweer tot den 'ton' de Impressionisten 'mooi' te vinden en hoogelijk verontwaardigd zou 'men': publiek en al-daagsche kritiek, u aanstaren, indien gij nog zoudt durven beweren, dat een Maris, Breitner of Isaac lsraels bijv. 'perverse gekken' of 'machtlooze knoeiers' waren ….
Het heeft misschien zijn nut, zich dit te herinneren, wanneer men hier voor het werk komt van een vertegenwoordiger eener nieuwe kunstenaarsgeneratie. Leo Gestel, 22 Nov. 1881 te Woerden geboren, bezocht, toen teekenaanleg gebleken was en nadat hij reeds op de H. B. S. de akte L. O. teekenen gehaald had, de Rijks-Normaalschool voor Teekenonderwijzers te Amsterdam (onder W. B. G. Molkenboer), waar hij in 1903 het einddiploma en vervolgens de akte M. O. handteekenen verkreeg. Gedurende de laatste twee jaren van deze voorbereidende studie teekende hij in de avondklasse der Academie naar gips en naakt-model. [n.p.]
Hierna vestigde hij zich – onderwijs en 'theorie' voorgoed terzij zettend te Amsterdam met de bedoeling onverdeeld aan 't schilderen te raken. Toch bied het de eerste tijd nog voornamelijk een teekenend studeeren, bracht hij meest illustratief werk voort, waarin de invloeden vooral van Walter Crane ter eenc, van de Montmartre-teekenaars ter andere zijde merkbaar waren. In dezen tijd maakte hij zijn eerstc studie-reis naar Parijs en daarop exposeerde hij in 1905 voor 't eerst in 'Arti' een groot dekoratief werk, vrouwen met bloemen, dat reeds den fijnzinnigen. vakvaardigen kunstenaar duidde.
Amsterdam was was het geschikte milieu voor den jongen kunstenaar, om tot ontwikkeling te geraken. De eens zoo machtige Haagsche school was in haar na-dagen en almeer verschoof het zwaartepunt der Hollandschche Schilderkunst naar Amsterdam.
In dezen levenskrachtigen bodem ging nu Leo Gestels kunst wortelen. In 1906 exposeerde hij eene groote aktie-teekening 'Rembrandt gehuldigd', eene figurenrijke kompositie naar aanleiding van de Rembrandtfeesten. Eene dergelijke teekening met velerlei typen 'Langs de straat', werd door de Maatschappij 'Arti' aangekocht voor hare verloting. Datzelfde jaar was hij buiten, in Nieuwkoop en Noorden, waar hij op dezelfde wijze voortging met het teekenen van boerentypen, paarden, en tegelijk meer te schilderen begon: figuur, landschap, bloemen, stilleven. Uit dien tijd herinner ik me 'n forsche waterverf-teekening: 'herberg-intérieur eener boerenkermis, bij avond.'
In den winter 1906–1907 werd hem schilderen hoofdzaak. Uit die periode vinden we hier eene 'naaktstudie' (No. 1), waarin we den schilder zien loskomen uit het altijd ietwat stroeve, dat de stuggere teeker techniek meetbrengt. Zomer 1908 werd hem de dekoratie opgedragen eener villa bij Nijmegen en we bevinden bij de landschappen die hij dáár schilderde de techniek vlotter, de kleur pittiger. (n° 2. 'Landschap met ploeger' Serie I). (Stadsgezichten te Nijmegen, Stedelijk Museum te Amsterdam.) Velerlei in- [n.p.]

vloeden doen zich thans gelden ; perslot beslissend de luministische. Gestel voelde zich voldoende zeker, om geen enkelen invloed te ontwijken en zoo paste hij ook het diviseeren der kleur vrijelijk toe (no. 9 'Voorjaar' Serie I), naar de pointillistische methode. Eene 'Naaktstudie' van dien datum (no. 25 Serie I) toont bij weliger techniek een meer doorvoeld geheel, rijper, sensueeler van kleur. Merkwaardig materiaal ter vergelijking bieden hier twee avondintérieurs: 'Lezende vrouw' (no. 4 S I) en het 'Pianospelend meisje' (no. 5 S I). In dit laatste zien we de sensatie van het avondlicht-zelf veel kompleeter en direkter tot uitbeelding gekomen door geheel het werk heen; in het eerste, van vroeger dagteekening, bleef de schilder steken in de uiterlijke
weergave van het kleureffect.
De ook rond dezen tijd te Woerden geschilderde 'dakenstudies' (nos 2I. 16. 17. 18. S 1) openbaren het streven om de sensaties bij één-zelfde gegeven op onderscheiden momenten te ver-beelden. En veelmeer dan naar kwasirealistische interpretatie, gaat des schilders streven naar de on-middelijke uitdrukking der emotie-zelve. Over het werk van 1908, – 'Naaktstudies' (n° 12. 15 S I) en landschappen aan den Amstel (n° 8. 10. 11. 13. 14 SI) heen, komt hij hier nader aan toe in het voor zijne ontwikkeling belangrijke jaar 1909. Twee groote landschappen in het Stedelijk Museum te Amsterdam en werken als 'Septembermorgen' (no. 30 S I) en 'namiddagzon' (no. 28 S I), allen geschilderd in den omtrek van Woerden: Linschoten en Montfoort, doen zien hoe het luminisme. als systeem, zich oploste, werd opgenomen in Gestel's bestrevingen. De vele studies en landschappen van October 1909 tot Mei 1910 in de omstreken van Nijmegen geschilderd zijn reeds veel direktor de verstoffelijking der eigen aandoeningen, buiten de materieele verschijning der onderwerpen om. Het vzionnaire in landschappen als nos. 33, 40, S I of in 'Bloomstudies' (no. 36. 37 38. 50 S l) preludeert de zuiver-psychologische schildering, die perslot in 1911 het charmante (zie teekeningen), het uiterlijk-pittoreske wegstuwt, als buiten het [n.p.]

wezen van waarachtige kunst liggend (56 S 1). De groote naaktfiguren (bijv. no. 53 S ll/) werden niet meer om de aandoening van het vleeschelijk-mooi, maar om de psyche van het geval geschilderd. Dat eenige dezer werken, op last der autoriteiten, van sommige expozities ,verwijderd werden, levert een kurieuze bijdrage tot de annalen ,van de kortzichtigheid der massa in kunstzaken.
Op de eerste tentoonstelling van den “Modernen kunstkring" te Amsterdam kwam Leo Gestel uit met eenige werken: “Vrouw met sigaret”, "Vrouw met perzik" (no.57 S I) “Bloemen" (no. 51 S I) en “Stillevens"' waarin zijn trachten naar vergeestelijking konsekwent was doorgezet. Uit dit belangrijke jaar 1911 zijn helaas weinig werken hier aanwezig. Toch bleef hij bierbij zelf eene inkompleetheid gevoelen: de uitbeelding van de “ruimte", de sensatie van het volumen ontbrak hem te zeer in deze werken. Zijne schilderingen uit den zomer van 1912 (te Bergen, N.-H.) geven het eerst blijk van een nieuw streven naar de uit drukking van het volumen. Een landschap als no. 70 S I, de azalea's (no. 62 S I) op de expozitie van de, Modernen Kunstkring in 1912 toonen in de rhytmisch verschuivende plans reeds het elementaire begrip hiervan: stijlvolle karakteristiek van ruimte en inhoud. De bloemen van no. 77. S I, de vrouwfiguren en “portretten” (no. 78, 79 S I en no. 64, 69, 70 S II), geven het bewijs van wat de kunstenaar den laatsten tijd won aan expressie. Men heeft dit “kubisme" genoemd. Niemand is echter meer antikubist dan Leo Gestel, waar het gaat om een beknellend dogma, emotie-doodend systeem.
Maar de zuiverheid van het beginsel heeft hij begrepen en hij aanvaardde aldus het “kubisme", om het op te lossen in zijn schoonheidsbestreven.
FRANS VERMEULEN

Leo Gestel was gedurende 3 jaren pensinnnaire van H. M. de Koningin en verwierf de prijs uit het Fonds Willink van Collen.”
Catalogue Structure
"Catalogus"
– "Serie I. Schilderen", cat. no. 1-80
– "Serie II. Teekeningen", cat. no. 1-70 (repeating catalogue numbers)

+Gender Distribution (Pie Chart)

+Artists’ Age at Exhibition Start(Bar Chart)

+Artists’ Nationality(Pie Chart)

+Exhibiting Cities of Artists(Pie Chart)

+Catalogue Entries by Type of Work(Pie Chart)

+Catalogue Entries by Nationality(Pie Chart)

Name Date of Birth Date of Death Nationality # of Cat. Entries
Leo Gestel 1881 1941 NL 150
Recommended Citation: "Tentoonstelling van Schilderin en Teekeningen van Leo Gestel (Werk van 1906 tot 1913).." In Database of Modern Exhibitions (DoME). European Paintings and Drawings 1905-1915. Last modified Nov 25, 2019. https://exhibitions.univie.ac.at/exhibition/539